231 kilometer vlakke weg, geen zuchtje wind, een eenzame
Fransman die een handvol minuten pakt die hij langzaam weer gaat verliezen, die op
5 kilometer van de finish wordt teruggepakt waarna Gaviria de sprint wint. En
morgen precies hetzelfde scenario al zal er dan een andere Fransman de etappe ‘kleuren’.
Geen wielervolger vindt dit leuk en ook de renners klagen
steeds vaker over deze zinloos lange, slaapverwekkende etappes. De afgelopen
jaren is het beeld ontstaan dat de Tour wel eens een voorbeeld zou kunnen nemen
aan de Giro. Want daar, zegt ‘men’, kunnen ze wel leuke parcoursen bouwen en is
het elke dag spektakel. Nou is een woord als ‘spektakel’ natuurlijk een
subjectief begrip en lijkt het daarnaast ook nogal in de mode om af te geven op de
Tour en de Giro te verheerlijken. Een goede reden om het verschil in ‘spektakel’
in beide rondes eens op een zo objectief mogelijke manier met elkaar te
vergelijken.
Tijdens de afgelopen drie edities van de Giro werden in
totaal 56 etappes in lijn (dus exclusief individuele- en ploegentijdritten)
verreden. 35x lukte het een kopgroep of eenzame vluchter om het peloton voor te
blijven. 21x werd een massasprint of een sprintje van klassementsrenners. In
62% van de gevallen slaagde de afgelopen drie jaar een ontsnappingspoging. In
de Tour lukte dat slechts in 52% van de etappes (30 van de 57 keer).
Nou was natuurlijk niet iedere etappe waarin de vluchters het redden een spektakel en was ook niet dat elke etappe die
in een massasprint eindigde saai, maar toch durf ik te beweren: JA de Giro was de
laatste jaren aantrekkelijker dan de Tour. 10% leuker welteverstaan….

Reacties
Een reactie posten